“In opera is niets te gek. Je ziet zangers onder de meest bizarre omstandigheden zingen, zelfs op hun hoofd staand. Merkwaardig genoeg ontbreekt bij liederenrecitals iedere vorm van theater en krijg je wat je verwacht. Mijn Imaginations I & II voor piano en bariton, ruim 40 jaar geleden gecomponeerd, omarmen theater en doen iets met het doorbreken van het verwachtingspatroon. Er zijn ontsporingen. Het was geen doel op zich maar een spontaan onderdeel van het compositieproces. Ik gebruikte een zelf geconstrueerde klanktekst. Dat bood voordelen want ik was niet gebonden aan muzikale illustraties en vrij om beelden te suggereren. Het absurdisme had mijn grote belangstelling. Lieuwe Visser en ik voerden de stukken destijds regelmatig uit. De traditionele inslag van de Liedprogrammering, het ontbreken van musici die het avontuur durven aangaan en de hoge moeilijkheidsgraad voor zanger en pianist maakten dat ik niet de illusie koesterde ooit nog eens een uitvoering door anderen mee te maken. Tobias Greenhalgh en pianist Chris Buckman breken onverwacht een lans voor deze composities die tot mijn vroegere periode behoren.
Ooit speelde ik zo maar een uurtje uit een dikke verzamelband met korte stukken van Robert Schumann. Raar maar waar: in de nieuwe muziek komt het karakterstuk nauwelijks of niet voor. Deze constatering leidde me naar het idee om een serie korte stukken met als verzameltitel Traumblätter te componeren. In een droom kan alles gebeuren. Dit besef gaf me tijdens het schrijven een heerlijk gevoel van compositorische vrijheid.
Mijn muziek stelt vaak hoge eisen aan het repetitieproces. Hoofdknikken en geheime signalen van de musici zijn vaak noodzakelijk om de muziek onder de knie te krijgen en samen de eindstreep te halen. Ook in mijn pianotrio Hanging around ontkomen de musici er niet aan. Ze moeten elkaar vliegen afvangen, spelen tikkertje. Een motief van drie intervallen wordt steeds van alle kanten caleidoscopisch bekeken.
In de vier stukken die Organ Talk vormen zocht ik naar onorthodoxe registraties, onalledaagse combinaties van hemelse fluitjes en bijvoorbeeld snerpende, humeurige fagotten. Het materiaal voor ‘twistgesprekken’ doet weliswaar eenvoudig aan, maar is door haar polyfone ordening vaak complex waardoor schijn bedriegt: de organist heeft er zijn handen vol aan. Ik verhef muzikale stijlfiguren graag tot uitgangspunt zoals de tremolo in Pipe Talk (zelden op orgel gehoord) of de voorslag en Schleifer in Shop Talk. In Pep Talk heb ik mij laten inspireren door Midden-Afrikaanse motieven.
Ik ben begonnen aan de pianocyclus Book of Three Minds. In januari kwam Jubilant Mind erbij, op de valreep aan deze avond toegevoegd.”

