Muziek voor 4 pianisten aan 2 piano’s
Beluister en bekijk meer stukken voor 2 piano’s 8-handig hier.
Het Orgella Kwartet (1976-1989) werd opgericht door Polo de Haas en bestond uit hemzelf, Niek de Vente, Robert Nasveld, Margaret Krill. De laatstgenoemde werd in 1989 opgevolgd door Yoko Abe. Het ensemble ging van 1989-1990 kort verder onder de naam Piano Kwadraat met Yoko Abe, Robert Nasveld, Niek de Vente, Polo de Haas. De laatstgenoemde werd opgevolgd door Jaap Kooi. Vanaf 1991 ging het kwartet verder onder de naam Nederlands Pianisten Kwartet met Yoko Abe, Robert Nasveld, Niek de Vente, Jaap Kooi. De laatstgenoemde werd opgevolgd door Lodewijk Collette. Vanaf 1992 tot haar opheffing in 1996 bestond het kwartet uit Marian Bolt, Robert Nasveld, Corien van den Berg en Niek de Vente.

Het klassieke repertoire van deze unieke ensembles bestond voor het merendeel uit originele werken voor deze combinatie van onder andere Smetana, Liszt, Balakirev, Moscheles, Rachmaninov en kwam tot stand door de jarenlange research die Robert Nasveld in vele bibliotheken over de hele wereld deed.
Naast composities voor hun eigen bezetting voerden zij daarnaast óók muziek uit voor bijvoorbeeld drie pianisten aan twee vleugels, drie en zelfs vier pianisten aan één vleugel.
De kwartetten hadden zich tevens toegelegd op de uitvoering van eigentijdse composities van Nederlandse en buitenlandse componisten. Een aantal van hen schreven speciaal voor het ensemble. Het repertoire werd zodoende verrijkt met werken van bijvoorbeeld Ton Bruynèl, Robert Nasveld, Theo Loevendie, Ton Lamby, Edison Denisov, François-Bernard Mâche en Gavin Bryars.

Door de enorme verscheidenheid aan composities waren de ensembles in staat tot het uitvoeren van uiterst gevarieerde en aantrekkelijke programma’s. Ze gaven vele concerten in binnen- en buitenland, speelden op festivals zoals het ISCM-Festival in Denemarken, Midem-Classique in Cannes, Nuovo Consonanza in Rome, IV Setmana Internacional de Música Contemporània a Barcelona, maakten talloze radio-opnames en traden op voor televisie.

De bibliotheek van het kwartet is in 2025 overgedragen aan het Nederlands Muziek Instituut in Den Haag.
Tekst van de eerste brochure van het Orgella Kwartet:
“….hebben we ontzettend gelachen, want met z’n vieren achter een piano kan je elkaar natuurlijk ook behoorlijk in de weg zitten. Dus is het altijd weer een gedoe om je eigen plek te vinden en ook nog ruimte over te laten voor de overige drie. Gelukkig maar dat geen van ons aan vetzucht lijdt. Dat spelen, daar gaat het om. Maar voor het zover is moeten we heel wat ondernemen. Het repertoire komt je niet zomaar aanwaaien. Voor zo’n uitzonderlijk ensemble als wij toch vormen, moet je zelf op onderzoek uit. We hebben zowat de halve wereld afgereisd om te neuzen in allerlei bibliotheken. Maar veel van wat je tegenkomt, en wat geschikt is voor onze bezetting, valt dan toch weer af. Niet interessant genoeg: thematisch niet, en ook harmonisch niet. De muziek die we brengen moet, ongeacht de stijlperiode, kwaliteit hebben. In Praag, dat was een ontdekking, vinden we een jeugdwerk van Rachmaninov voor één piano zeshandig. Dat blijkt dan ook nog eens een basis geweest te zijn voor zijn latere tweede pianoconcert. Prachtig, we zijn er meteen mee aan de slag gegaan. Je doet je eigen onderzoek omdat het niet anders kan. En zo raak je thuis in wat er is geschreven dat voor ons bruikbaar is. ’t Gekke daarbij is dat veel mensen geen benul hebben van mogelijk repertoire; zo merk je bijvoorbeeld dat de Amerikaanse Lisztvereniging niet eens wist dat van de Rakoczymars óók een versie bestaat die Liszt zelf schreef voor twee piano’s achthandig. Wat een plezier om dat stuk te spelen, en ’t publiek wordt er ook helemaal warm van – schitterend! Maar als twintigste-eeuwse muzikanten vinden we alleen klassiek niet zaligmakend. We willen ernaar streven het repertoire naar onze tijd uit te breiden. Gelukkig kennen we nogal wat componisten persoonlijk. En als ze jou niet kennen dan zorg je maar dat dat wel gebeurt. Het resultaat is dat veel van hen al zijn ingesprongen op onze behoefte, met stukken die zeer uiteenlopend van aard zijn. Dat sterkt ook in het geloof waar je mee bezig bent. Muziek maken blijft natuurlijk óók theater alhoewel wij die opvatting niet tot elke prijs huldigen: er moet altijd spanning zijn. En niet te vergeten: ontspanning. Lachen. Onderling veel plezier. Zonder dat gaat ’t niet. Met wat ik al vertelde over dat met z’n vieren……”

